Hieruit bleek onder andere dat verlichting steeds meer data verzamelt en samenwerkt met systemen zoals HVAC, met focus op energie en interoperabiliteit. Ook werd geconcludeerd dat draadloze technologieën aan terrein winnen en er kansen liggen voor AI. Een mooi en leerzaam inzicht in wat er bij voorlopers in de markt speelt. Het leverde ook nieuwe vragen op. Want hoe worden lichtmanagementsystemen dan geïntegreerd met andere gebouwbeheersystemen? En wat betekenen draadloze systemen voor de cybersecurity? We duiken met zes nieuwe vragen dieper in de materie.
Peter: “De integratie van lichtmanagementsystemen met andere gebouwbeheersystemen gebeurt op gateway-niveau. Hierdoor kunnen lampen gegevens uitwisselen met HVAC. Een vaak gebruikt protocol is BACnet.”
Pim: “Eigenlijk alle gebouwbeheersystemen kunnen zowel BACnet als MODbus spreken. Wil je daarmee integreren, dan zijn het op dit moment nog wel softwarelagen die je aan elkaar moet koppelen. Het is maatwerk en zeker nog geen plug and play en vaak een taak voor zogenoemde system integrators. De complexiteit om de verschillende systemen in een gebouw met elkaar te laten communiceren kan sterk verschillen. Het is ook onderhoudsgevoelig, een update van een van de systemen kan er al voor zorgen dat het niet meer helemaal werkt. Dat wil je als sector niet. Het moet eenvoudiger en gestandaardiseerd.”
Jan-Pieter: “Het is ook wel logisch dat dit nog een beetje in de kinderschoenen staat. W-installatie, E-installatie, licht, etc. waren altijd van elkaar gescheiden. Het is nu echter een groot techniekgebied dat gezamenlijk heel veel data oplevert waarmee een gebouw efficiënter kan presteren. Die data eruit halen en gebruiken, daar zit nog geen standaardisatie op. Als dat er komt en je alle techniek in een pand eenvoudig met elkaar kunt laten communiceren, dan zijn mogelijkheden onbeperkt.”
Alexander: “Verlichting is hierbij simpelweg de ruggengraat van data in een gebouw. Door smart lighting komt er heel veel data beschikbaar. Die data zijn onder andere belangrijk om een gebouw efficiënter te maken, met energiezuinigheid als heel belangrijke reden. Zie je aan de hand van het licht dat een ruimte niet gebruikt wordt, dan kan het ventilatiesysteem ook een tandje lager.”
Remco: “De grootste uitdaging binnen dit vraagstuk is wat mij betreft de eindgebruiker. De data die we genereren moeten ook worden ingezet voor het verbeteren van comfort en de leefomgeving, dat wordt hierbij nog weleens vergeten. We moeten de mogelijkheden die integratie biedt inzetten voor het creëren van gezonde ruimtes waarin de mens centraal staat.”
Alexander: “Systemen gebruiken vaak nog hun eigen taal. Je moet dus, simpel gezegd, een Google Translate plaatsen om toch wisselwerking te krijgen. Je wil eigenlijk dat alle systemen precies weten wat ze moeten doen als een gebruiker op een bepaalde knop drukt. De grootste uitdaging van fabrikanten van verlichtingsoplossingen is om gezamenlijk tot een uniforme taal te komen: een gemeenschappelijk Engels voor light control. Het creëren van een gezamenlijke vertaler is wel makkelijker geworden dankzij cloudoplossingen en API’s. Bij API’s kunnen de abonnementskosten echter hoog oplopen, vandaar dat er naar alternatieven wordt gezocht. Een standaard protocol dat ervoor zorgt dat alles met elkaar kan praten gaat de sector en onze klanten veel bieden. Smart lighting bestaat nog relatief kort, dus het is ook wel logisch dat we onze gezamenlijke weg nog moeten vinden. Iedere speler begon apart, maar je merkt nu dat die universele taal steeds meer gewenst is.”.
Pim: “Door de grote hoeveelheid renovatieprojecten wordt er steeds vaker naar draadloze aansturing gekeken. Dat bespaart tijd en materiaal in een project. Je ziet echter dat de verschillende fabrikanten daar andere keuzes in maken qua netwerktechnologie. Je hebt bijvoorbeeld Zigbee 3.0, Bluetooth SIG Mesh, etc. Je ziet dat DALI-2 voor bedrade systemen zorgt voor betere interoperabiliteit tussen verschillende fabrikanten. Draadloze lichtsturing is nog lang niet op dat niveau.”
Alexander: “Systemen gebruiken vaak nog hun eigen taal. Je moet dus, simpel gezegd, een Google Translate plaatsen om toch wisselwerking te krijgen. Je wil eigenlijk dat alle systemen precies weten wat ze moeten doen als een gebruiker op een bepaalde knop drukt. De grootste uitdaging van fabrikanten van verlichtingsoplossingen is om gezamenlijk tot een uniforme taal te komen: een gemeenschappelijk Engels voor light control. Het creëren van een gezamenlijke vertaler is wel makkelijker geworden dankzij cloudoplossingen en API’s. Bij API’s kunnen de abonnementskosten echter hoog oplopen, vandaar dat er naar alternatieven wordt gezocht. Een standaard protocol dat ervoor zorgt dat alles met elkaar kan praten gaat de sector en onze klanten veel bieden. Smart lighting bestaat nog relatief kort, dus het is ook wel logisch dat we onze gezamenlijke weg nog moeten vinden. Iedere speler begon apart, maar je merkt nu dat die universele taal steeds meer gewenst is.”.
Pim: “Door de grote hoeveelheid renovatieprojecten wordt er steeds vaker naar draadloze aansturing gekeken. Dat bespaart tijd en materiaal in een project. Je ziet echter dat de verschillende fabrikanten daar andere keuzes in maken qua netwerktechnologie. Je hebt bijvoorbeeld Zigbee 3.0, Bluetooth SIG Mesh, etc. Je ziet dat DALI-2 voor bedrade systemen zorgt voor betere interoperabiliteit tussen verschillende fabrikanten. Draadloze lichtsturing is nog lang niet op dat niveau.”
Jan-Pieter: “Bedraad is de sector echt al heel ver, hoe we onderling met elkaar met verlichting praten. Als ik bijvoorbeeld een systeem van OPPLE pak dat DALI-gestuurd is, dan kan ik het integreren in onze systemen. Dan praat het en communiceert het met elkaar en kan het ook data heen en weer sturen. Draadloos verwacht veel van DALI+ met Thread. DALI+ is een uitbreiding van het DALI-protocol dat draadloze communicatie via IP-gebaseerde netwerken mogelijk maakt. Deze Thread gebaseerde draadloze variant van DALI zou het benodigde gestandaardiseerde protocol kunnen zijn.”
Jan-Pieter: “Ik merk daar soms nog wel eens wat terughoudendheid. IoT wordt soms gezien als onveilig, omdat het gevoel heerst dat het makkelijk te hacken is. Ik zie het nog niet veel terugkomen in projecten, maar het is zeker te integreren. Gebouwbeheersystemen werken meestal met KNX en met DALI-2 kun je werken met een KNX-converter. Draadloos is het momenteel nog lastiger om de koppeling te maken. Dan heb je nog bijna altijd een system integrator nodig.”
Remco: “Ik zie hier kansen voor het Thread netwerk. Dat kan ervoor gaan zorgen dat alles met elkaar communiceert. Dat is echt geschikt voor elke toekomstige IoT-integratie die je kunt bedenken. Maar dan moet de markt het ook wel kunnen adopteren. Dat is een uitdaging gezien het tekort aan personeel en kennis. Als fabrikanten moeten we ons in ieder geval gezamenlijk committeren aan wereldwijde industriële standaarden. Anders gaat elke leverancier zijn eigen protocol bedenken. Dat moeten we te allen tijde zien te voorkomen want dan raken we nooit klaar voor de toekomst.”
Peter: “Als het gaat over energie-efficiëntie op ruimteniveau en voor het hele pand, dan is een volledig geïntegreerd wireless systeem de absolute winnaar. Zeker als hierbij AI wordt ingezet. Wat gebruiksgemak in kantoren betreft gaat het er vooral om dat er altijd de goede hoeveelheid licht is en dat dit geautomatiseerd kan worden.”
Alexander: “Hier liggen absoluut kansen voor de cloud. Daar sturen we niet alleen data over licht heen, maar ook aanwezigheidsdata en energetische data. Dit draagt allemaal bij aan een zo laag mogelijke footprint van het gebouw. Leveranciers worden beoordeeld op ecopaspoorten, dat ga je ook bij gebouwen krijgen. De carbon footprint per m2 meter zal de populariteit van een gebouw mede bepalen. Dit is nauw verbonden met IoT, omdat het IoT is dat de grote hoeveelheid data verwerkt om te beoordelen hoe goed een gebouw functioneert en waar verbeteringen mogelijk zijn. Dat is straks niet meer weg te denken.”
Alexander: “AI staat nog in de kinderschoenen wat betreft integratie in regelsystemen, maar heeft veel potentie in gebouwautomatisering. Het kan snel rapporten analyseren, beslissingen automatiseren en processen optimaliseren. Data over bezettingsgraad kan eenvoudig ingezet worden voor lichtmanagement maar bijvoorbeeld ook schoonmaakcontracten. Ik verwacht dat AI eerst in high-end gebouwen verschijnt en later breder wordt toegepast.”
Pim: “Voor het optimaliseren van energiestromen in een gebouw of schakelmomenten, zijn er momenteel zo goed als geen toepassingen actief met AI. Ik denk wel dat het hard kan gaan. Energiestromen in een gebouw worden namelijk al snel een behoorlijke onoverzichtelijke brei aan data. Dat is heel moeilijk om op de conventionele manier te optimaliseren. AI kan daar een hele grote rol in gaan spelen.”
Remco: “AI weet straks op welke dagen iemand bijvoorbeeld op kantoor aanwezig is, maar ook wat zijn of haar ideale omgevingstemperatuur is om in te werken. AI maakt het mogelijk om dit allemaal vroegtijdig in te richten, zodat gebruikers altijd in een ideale werkomgeving terecht komen. Op dat gebied gaat het zeker een rol spelen en voordelen bieden.”
Peter: “AI gaat denk ik op twee manieren een rol spelen bij de optimalisatie van lichtsystemen. Het is al met al een softwaretool die het heel makkelijk gaat maken om goed naar data te kijken en op basis daarvan te optimaliseren. Daardoor kunnen we veel sneller en beter zien hoe we het licht en andere systemen in een gebouw efficiënter in kunnen zetten. Een tweede mogelijkheid is Agentic AI waarbij twee AI-agents tegen elkaar gaan praten. De ene weet alles over het licht, de ander over HVAC. De licht-agent vertelt de HVAC-agent dat er vanaf drie uur niemand meer in een bepaalde ruimte is. De HVAC-agent begrijpt dit en schakelt de ventilatie vervolgens uit.”
Peter: “Een lichttoepassing heeft een bepaalde levensduur, maar ook voor het einde van die levensduur kan het soms voorkomen dat er iets stuk gaat. Een lichtmanagementsysteem kan dit alles heel goed bijhouden en handig organiseren. Het is voor een installateur direct zichtbaar wat het onderhoud is, welk armatuur dat hij mee moet nemen, etc. De data helpt om onderhoud efficiënter en beheersbaarder te maken. Dit is ook het vakgebied van de digital twin, waar het gebouw ook een digitale variant heeft met geen fysieke maar een data-werkelijkheid. Zo kun je gebouwen veel makkelijker controleren zonder fysiek te kijken wat er aan de hand is.”
Jan-Pieter: “DALI ondersteunt predictive maintenance door gebruiksuren en status via API’s te rapporteren, inclusief de noodverlichting. Automatische meldingen en logboeken besparen installateurs tijd, mits de codering correct is. Voor grote installateurs met onderhoudscontracten zijn predictive maintenance en data-analyse essentieel: Het verlaagt kosten, optimaliseert contracten, bewijst prestaties en is cruciaal voor efficiënt beheer.”
Martijn: “De kwaliteit van verlichting en sensoren neemt sterk toe. Armaturen gaan tegenwoordig tot wel 100.000 branduren mee. Dit kan in de praktijk betekenen dat je pas na acht jaar relevante terugkoppeling van het systeem krijgt. In gebouwen waar weinig verandert, zoals magazijnen of kantoren, brandt de verlichting vaak jarenlang probleemloos. Investeren in een dataplatform voor tien jaar monitoring wordt dan al snel kostbaar. Als installateur ben je bovendien vaak slechts een paar jaar bij een project betrokken. In de praktijk wordt het vaak pas interessant voor installateurs als ze betrokken blijven bij een project, zoals bij langlopende onderhoudscontracten.”
Martijn: “Security is bij bedrade systemen niet zo’n groot issue. Om in het systeem te komen moet je echt fysiek een laptop in het systeem prikken. Bij draadloze regelsystemen ligt dat natuurlijk anders. Iemand kan het op afstand proberen te hacken en het licht overnemen of data stelen. Encrypted netwerken zijn een oplossing voor dit vraagstuk. De data is dan versleuteld tot en met de cloud. Pas dan maak je een koppeling naar het gebouwbeheersysteem. We laten onze oplossing ook altijd testen. Data en regelsystemen moeten gewoon goed beveiligd zijn.”
Alexander: “Cybersecurity-certificaten, zoals het PSI-certificaat van het British Standard Institute, zijn cruciaal om systemen als veilig te erkennen en vertrouwen te wekken richting opdrachtgevers. Steeds meer partijen accepteren cloudoplossingen dankzij de strenge fysieke en softwarematige beveiliging van dit soort partijen. In de toekomst zullen meer securitynormen gelden voor draadloze verlichting, waarbij certificering essentieel wordt voor implementatie.”
Peter: “Je merkt dat steeds meer mensen inzien dat de cloud de veiligste methode is voor databeheer. Het zijn gespecialiseerde bedrijven, met sterke fysieke en digitale beveiliging en up-to-date protocollen. Ook het continu testen van systemen door ethical hackers draagt bij aan de veiligheid. Beveiliging op device-¬niveau met unieke encryptiesleutels per apparaat speelt ook een belangrijke rol in de beveiliging van lichtmanagementsystemen. Dit maakt hacken extreem tijdrovend, omdat elke lamp individueel moet worden gekraakt.”
Pim: “Het grootste veiligheidsrisico bij slimme lichtsystemen zit volgens mij niet in de techniek, maar bij mensen zelf en hun wachtwoordbeheer. Als je als installateur slordig omgaat met je inloggegevens, kan iemand op afstand zomaar het licht uitzetten. Tweestapsverificatie helpt, maar is nog lang niet standaard bij gebouwbeheersystemen. Niks is unhackable, maar de communicatieprotocollen zijn goed beveiligd en voldoen aan de meest recente voorwaarden. Het staat juist ‘aan de voorkant’ soms open, puur door slecht of onzorgvuldig omgaan met wachtwoorden.”