Geld verdienen met ERE's: van laadstation tot inkomstenbron

Elke laadbeurt van een elektrische auto levert meer op dan alleen een volle batterij. Dankzij emissiereductie-eenheden (ERE’s) kan de gebruikte stroom worden omgezet in verhandelbare certificaten.

Een persoon laadt glimlachend zijn elektrische auto op
Een persoon laadt glimlachend zijn elektrische auto op

Met een laadpaal die alleen stroom levert, laten bezitters kansen liggen. Achter elke geladen kilowattuur schuilt namelijk een tweede waarde: vermeden uitstoot. Wie dat mechanisme benut, voegt een extra inkomstenstroom toe aan zijn installatie. Emissiereductie-eenheden, kortweg ERE’s, vormen daarbij de spil.

Wat zijn emissiereductie-eenheden (ERE’s)?

De gedachte achter ERE’s is eenvoudig, maar effectief. Elektrisch rijden zorgt voor minder CO2-uitstoot dan rijden op fossiele brandstoffen. Die vermeden uitstoot wordt vastgelegd in certificaten: emissiereductie-eenheden. Die certificaten zijn niet alleen administratief van aard, maar vertegenwoordigen ook economische waarde. Brandstofleveranciers zijn namelijk verplicht om hun uitstoot te compenseren en kopen daarvoor ERE’s in. Zo ontstaat een markt waarin duurzame mobiliteit wordt beloond. Niet indirect, via subsidies of fiscale voordelen, maar direct gekoppeld aan daadwerkelijk gebruik. Elke laadbeurt draagt bij aan een meetbare reductie, en dus aan een verhandelbaar product.

Hoe laden geld oplevert met ERE’s

De vertaalslag van techniek naar inkomsten verloopt via data. Zodra een elektrische auto wordt geladen, registreert het laadstation de afgenomen energie. Die data vormt de basis voor de berekening van ERE’s. Hoe meer kilowatturen er door het laadpunt gaan, hoe groter de hoeveelheid certificaten. De gemiddelde Nederlander rijdt zo’n 12.000 kilometer per jaar en verbruikt daarbij ongeveer 2000 kWh aan stroom. Als marktindicatie wordt soms 0,10 euro per kWh genoemd. Hiermee rekenend komt het jaarbedrag uit op ongeveer 200 euro. Een belangrijke aantekening is dat je alleen ERE’s kunt laten registreren over de kWh’s die je op je eigen laadstation hebt geladen.

De opbrengst komt terecht bij de partij die het energiecontract van het laadpunt beheert. In de praktijk is dat vaak de eigenaar van het laadstation, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Zo moet het laadpunt beschikken over een MID-gecertificeerde meter en moet de aansluiting correct geregistreerd zijn. De daadwerkelijke handel in ERE’s verloopt via erkende partijen die de certificaten bundelen en verkopen op de markt.

Wat begint als een technische registratie, eindigt daarmee als een financiële stroom. Voor particuliere laadpunten kan dat al oplopen tot enkele honderden euro’s per jaar, afhankelijk van het gebruik.

Een stekker hangt ongebruikt in een laadpaal
Een witte auto wordt opgeladen aan een laadpaal

Wat ERE’s betekenen voor installateurs en laadinfra

Met de opkomst van ERE’s verschuift ook de rol van de installateur. Waar het voorheen draaide om het selecteren en plaatsen van hardware, komt daar een laag van dataverwerking en exploitatie bij. De keuze voor een laadoplossing gaat niet alleen meer over vermogen en aansluitwaarde, maar ook over meetnauwkeurigheid, registratie en koppeling met externe platformen.

Dat vraagt om een andere blik op het ontwerp. Een laadstation zonder juiste meetvoorziening sluit zichzelf uit van ERE-inkomsten. Evenzo geldt dat een verkeerde contractstructuur of ontbrekende registratie de hele keten onderbreekt. De installateur die deze voorwaarden meeneemt in zijn advies, verschuift van uitvoerder naar gesprekspartner in de businesscase.

Businesscase in beweging

De introductie van ERE’s verandert de manier waarop laadinfra wordt beoordeeld. Waar voorheen vooral werd gekeken naar investeringskosten en terugverdientijd via laadtarieven, komt daar nu een tweede component bij. Inkomsten uit laadsessies worden aangevuld met opbrengsten uit emissiereductie.

Vooral bij locaties met een hoger gebruik, zoals bedrijfsterreinen of gedeelde parkeervoorzieningen, kan dat verschil maken. De extra inkomstenstroom verkort de terugverdientijd en maakt investeringen eerder rendabel. Daarmee verschuift laden van een noodzakelijke voorziening naar een actief onderdeel van de energie-economie.

Schakel tussen techniek en markt

In de praktijk ligt de uitvoering van het ERE-proces zelden bij de eindgebruiker zelf. Gespecialiseerde partijen nemen de registratie, validatie en verkoop van certificaten uit handen. Zij koppelen laaddata aan de juiste systemen en zorgen dat de gegenereerde ERE’s daadwerkelijk op de markt terechtkomen.

Platforms zoals Laadnet, onderdeel van Rexel, positioneren zich precies op dat snijvlak. Zij combineren laadbeheer met administratieve afhandeling en financiële verrekening. Daarmee ontstaat een geïntegreerd systeem waarin laadsessies niet alleen worden gemonitord, maar ook direct worden vertaald naar opbrengsten. Voor installateurs betekent dit dat de keuze voor een platform onderdeel wordt van het ontwerp. Niet alleen om inzicht te bieden in gebruik, maar ook om het verdienmodel daadwerkelijk te ontsluiten.

Meer over ERE

Lees meer over duurzaamheid